|
Diest Aero Club werd gesticht in 1958, onder de impuls van Jean Ooms en samen met
Albert Van Audenhove, Léon Wolters, Dhr. Moffroid en Kol. Deschamps.
De club begon met 15 leden en had al meteen een put van 100000 BEF in de
financiële kas, een klein fortuin in die tijd. Dit was de schuld aan La Maison
des Ailes voor de aankoop van een Piper Cub, de OO-EIA.
DAC bereikte een vlot akkoord met de militaire overheid: toelating om het vliegveld
van Schaffen te gebruiken buiten de militaire activiteiten.
Het feit dat Kolonel Deschamps in het bestuur zetelde, evenals Jean Ooms, een
veteraan-jachtvlieger uit WO II, zal daar wellicht niet vreemd aan geweest zijn.
De start- en landingsbaan van toen was korter, erg hobbelig en iets meer noord-zuid
gericht dan de huidige baan. Er werd toen af en toe gebruik gemaakt van een
crosspiste, de huidige taxiway.
De foto hiernaast toont het vliegveld begin jaren zestig.
Het vliegveld was er al, maar de infrastructuur van Diest Aero Club moest nog
vanaf nul uit de grond gestampt worden. In 1960 werd een eerste vliegtuigloods
gebouwd en in 1961 werd een afgedankte DC-3 Dakota ingericht als clubhuis, zie de
foto hiernaast.
Een vliegclub heeft niet alleen een vliegveld en infrastructuur nodig,
maar uiteraard ook toestellen.
In de jaren vijftig kon wel ergens een klein eenmotorig vliegtuig, bijvoorbeeld een
Piper Cub, op de kop getikt worden, maar een zweefvliegtuig... dat was niet simpel.
Kort na de tweede wereldoorlog werd in het kader van het Marschall-plan een Schweizer
2-22, een Amerikaans tweezitter zweefvliegtoestel, naar Europa verscheept.
Toen het toestel in Duitsland uit een Liberty-schip aan de kade werd gezet,
moeten de Duitser wel heel verbaasd gekeken hebben: "Die Amerikaner sind
verrückt!"
Duitsland lag immers nog helemaal in puin en een zweefvliegtuig was niet bepaald de
aangewezen opkikker om de economie van het land aan te zwengelen.
Het "plan" was ongetwijfeld een hoogvlieger, maar de manier waarop het werd ingevuld
was soms raadselachtig.
Niemand wist raad met de Schweizer 2-22 en na enige omwegen kwam het toestel
uiteindelijk in België terecht, waar het gedurende jaren in het verdomhoekje
belandde, o.a. op de vliegvelden van Saint-Hubert en Temploux.
Wie wou er immers met zo'n lompe bak vliegen?
In 1960 werd de Schweizer door de toenmalige voorzitter van DAC, Albert Van Audenhove,
aangekocht en gratis ter beschikking gesteld van de club.
Er was wel een "kleine" compensatie aan verbonden: in grote letters stond "SHOEPOST"
op de vleugel, reclame voor het grote schoenenbedrijf uit Diest.
Toen kon men in Schaffen met zweefvliegen beginnen: een Tiger Moth als sleper met
erachter de Schweizer.
Emile Louw.
Met dank aan Antoine Van Calster voor het historisch fotomateriaal.
|