De zweefvliegopleiding bestaat uit 3 delen:

  Beginopleiding:
De beginopleiding omvat lesvluchten met een instructeur. Het doel is een zweefvliegtuig leren besturen en veilig terug aan de grond zetten. Eens je dit beheerst mag je alleen vliegen (solo), evenwel nog onder toezicht van een instructeur.
  Voortgezette opleiding:
De voortgezette opleiding begint na je eerste solo en omvat lesvluchten die gericht zijn op thermiekvliegen, navigatie en bijkomende veiligheidsoefeningen. Het doel hiervan is je voor te bereiden op overlandvliegen.
  Theoretische opleiding:
De theoriecursus van 6 lessen heeft als doel je voldoende kennis en inzicht bij te brengen over zweefvliegtechniek, meteorologie, navigatie en luchtvaartreglementen. De cursus wordt gevolgd door een examen.

Voorwaarden om met de zweefvliegopleiding te starten: lid zijn van DAC en in het bezit zijn van een geldige Oefenvergunning.

Na minstens 15 vlieguren solo en eens het hele opleidingsschema is afgerond, kan je je Zweefvliegvergunning behalen. Hiervoor dien je te slagen in een checkvlucht, het theorie-examen en een praktische proef voor precisielandingen.

Met de Zweefvliegvergunning op zak mag je zelfstandig vliegen en, eens je voldoende vliegervaring hebt opgebouwd, ook overlandvliegen.