Jaarlijks organiseert DAC in de periode oktober-november een theoriecursus. De cursus is gespreid over 6 lessen, van elk ongeveer 4 uur, en gaat telkens door op zondag.

Inhoud van de theoriecursus:

  Aerodynamica en vliegmechanica:
  • draagkracht en weerstand,
  • vleugelprofielen, gebruik van flaps,
  • glijgetal, snelheidspolaire.

  Vliegtuigbesturing:
  • stabiliteit en zwaartepuntsligging, gebruik van de trim,
  • besturing en neveneffecten van de roeren,
  • bochten, tolvlucht.

  Technologie:
  • vliegtuigstructuur in vakwerk- of schaalconstructie,
  • bediening van de roeren,
  • vlieginstrumenten.

  Reglementen:
  • algemene regels en voorrangsregels,
  • Visual Flight Rules (VFR),
  • structuur van het luchtruim.

  Meteo:
  • luchtdruk, temperatuur, vochtigheid,
  • verticale stabiliteit, ontstaan van thermiek,
  • wind, fronten, wolken, weerkaarten.

  Navigatie:
  • vliegkaarten, principes van nagivatie,
  • gebruik van het kompas,
  • invloed van de wind, drifcorrectie.

Na de cursus en een algemene herhalingsles volgt een theoretisch examen. Geslaagd zijn in dit schriftelijk examen is één van de voorwaarden voor het behalen van de Zweefvliegvergunning.

Een voldoende theoretische kennis van het zweefvliegen is één van de voorwaarden om veilig te vliegen. Zweefvliegen is zonder twijfel een heel technische hobby, maar je hoeft zeker geen techneut te zijn om het te leren.