Cockpit Janus

Besturingsorganen
Een zweefvliegtuig wordt, zoals elk vliegtuig, bestuurd door middel van roeren:

  • hoogteroer op het horizontaal staartvlak
  • rolroeren op de uiteinden van de beide vleugels
  • richtingsroer op het vertikaal staartvlak
Het hoogteroer en de rolroeren worden bediend met de stick, resp. voor/achter en links/rechts.
Het richtingsroer wordt bediend met de pedalen, links/rechts.

De remklephendel om de luchtremmen te bedienen heeft altijd een blauwe kleur. De trim, die de stuurkracht op de stick neutraliseert, is stevast groen (niet zichtbaar op foto).

De vleugels van sommige zweefvliegtuigen zijn voorzien van welvingskleppen of flaps, om zowel bij lage als hoge snelheid optimale prestaties te bereiken. De flaphendel heeft doorgaans verschillende standen, van 'traag' tot 'snel'.

Elk zweefvliegtuig heeft tenslotte een gele knop, dit is de bediening van de sleephaak.

Basisinstrumenten
De voornaamste instrumenten in een zweefvliegtuig zijn:

  • snelheidsmeter: meet de snelheid ten opzichte van de lucht
  • hoogtemeter: geeft de vlieghoogte door de luchtdruk te meten
  • variometer: geeft de stijg- en daalsnelheid aan
  • kompas: geeft de 'heading' aan, de richting waarin de neus wijst
  • piefje: wollen draadje om aanstroomrichting van de lucht te zien

Daarnaast is er een radio zender-ontvanger om met het vliegveld en andere zweefvliegtuigen te kunnen communiceren.

GPS en flight computer
Moderne zweefvliegtuigen zijn uitgerust met een GPS navigatiesysteem, dat eventueel gekoppeld is met een moving map display om de exacte positie op een kaart weer te geven.

Doorgaans is de GPS gekoppeld met een ingebouwde flight computer, die de optimale vliegsnelheid berekent aan de hand van stijg- of daalsnelheid van de lucht en verwachte thermieksterkte. De flight computer kan ook de windrichting en -sterkte berekenen en de hoogtereserve bepalen om in zweefvlucht tot op een gekozen bestemming te geraken.

De GPS flight recorder, ingebouwd in de flight computer of een apart instrument, slaat op ieder moment van vlucht de positie en hoogte op in een computerfile. Na de vlucht kan deze file uit het instrument gedownload worden, zodat de vlucht naderhand nog eens geanalyseerd kan worden.